weblog van het centrum voor coaching en counseling

Hier vind je regelmatig een bijdrage van de coaches die verbonden zijn aan het centrum. Zo denken zij samen na over hun vak en de wereld om hen heen.

Om automatisch op de hoogte te blijven van nieuwe bijdragen, klik je hier.
 

"Ik moet niks, papa!"

[+/-] Deze bijdrage tonen of verbergen

Mijn zoon van vijf zou graag ontkomen aan de druk van zijn bemoeizuchtige ouders, die telkens van alles van hem vragen. Afleidingsmanoeuvres en vertragingstactieken horen inmiddels bij ons ochtendritueel. En wanneer ik dan zeg dat hij nu toch echt naar school toe moet, spreekt hij die woorden: “Ik moet niks!”

De feedback van onze kinderen is onontkoombaar. Wanneer ik dat “ik moet niks” tot me laat doordringen, besef ik dat hij gelijk heeft. Als ik zeg “je moet...” bedoel ik eigenlijk: “ik wil dat je...” Wanneer ik dat laatste zeg, dan aanvaardt mijn zoon trouwens veel gemakkelijker zijn lot, en begint zijn jas aan te trekken.

Waarom zeg ik dan toch: “je moet”? Hoe vaak zeggen we dat ook niet tegen onszelf? De dag begint vaak al met een lijstje van alles wat we vandaag nog moeten. En dan zijn er nog al die korte gesprekjes met de strekking: “Heb je zin om dit-of-dat?” “Nee, ik moet eerst zus-of-zo.”

Met al dat moeten zetten we onszelf vast. We worden onvrij, slaaf van wat-er-allemaal-nog-moet. Als gevolg gaan we de dingen op de automatische piloot doen, omdat het nu eenmaal moet. Of we reageren met stress, tegenzin of rebellie op de druk van wat – zogenaamd van anderen – moet.

Door onszelf te vertellen dat we dingen moeten, ontnemen we onszelf een belangrijke vrijheid. De vrijheid om te kiezen voor de consequenties van het niet-willen. Natuurlijk, er is nu eenmaal de druk van buitenaf, van bemoeizuchtige ouders, een bemoeizuchtige baas, een bemoeizuchtige maatschappij. Maar daarnaast staat ook de ontegenzeglijke kracht van het eigen (niet-)willen.

Onlangs deed ik in een groep een oefening. In tweetallen zegt de een tegen de ander “Je moet!”, waarop die reageert met “Ik wil niet!” Steeds maar weer herhaalt ieder zijn zin. De druk van buiten en de wilskracht van binnen worden dan allebei zichtbaar, voelbaar ook. Ze zijn beide aanwezig – altijd. En mensen lopen vast als ze een van de twee te weinig ruimte geven.

Victor Frankl, die de verschrikking van Auschwitz heeft meegemaakt, schreef dat je een mens alles kunt afnemen, “behalve een ding: de laatste der menselijke vrijheden – om je eigen houding te kiezen tegenover welke gegeven omstandigheden dan ook.” Voor veel mensen van vandaag, zeker in het alledaagse leven en werk, staat die vrijheid onder druk. We zetten ons vast in wat er moet, omdat het nu eenmaal moet. We ontnemen onszelf de keuze om de consequenties van het niet willen te dragen.

Daarmee ontnemen we onszelf ook de vraag wat we echt willen. Die vraag moet geen onrealistisch wensen worden; mensen zijn geen halfgoden die alles kunnen bereiken als ze het maar willen. Maar een mens is ook geen machine. We hebben een eigen wil, en kunnen die gebruiken. Door je af te vragen of je al dat moeten nu echt wilt, als je alle consequenties in ogenschouw neemt, kun je een hoop stress voorkomen. Dan kun je ervoor kiezen dat wat moet juist niet te doen. Of dan wordt wat moest weer leuk, omdat je beseft dat je het wilt.
“Ik moet niet naar school, papa,” sprak mijn zoon, “ik wil naar school!”

Labels: , ,


Archieven

september 2007   oktober 2007   november 2007   februari 2008   maart 2008   april 2008   juni 2008   juli 2008   augustus 2008   september 2008   oktober 2008   november 2008   januari 2009   april 2009   mei 2009   juni 2009   augustus 2009   oktober 2011  

This page is powered by Blogger. Indien u geen menu ziet, klikt u hier voor de hele website van het centrum.