[+/-] Deze bijdrage tonen of verbergen
Ik faal. Als counselor, als vader, als partner, als mens. Regelmatig en telkens weer. En wanneer ik faal, geef ik dat liever niet toe. Ik creëer een beeld van succes, van kijk hoe goed ik ben, voor mezelf en voor anderen, om mezelf niet te hoeven veroordelen. En zo vervreemd ik van mijn falend zelf. Ook nu weer; kijk eens hoe ik deze analyse opschrijf, hoe ik mezelf in de gaten heb! Goed hè?
Ben ik de enige? Nee. We leven in een wereld waar succesvol zijn de norm is; goed is goed maar beter is beter. Velen lijden aan perfectionisme, te hoge latten en een hopeloos gevoel van niet te kunnen voldoen aan verwachtingen. We gebruiken allemaal Facebook, een medium waar alles wat goed is een duimpje verdient, en we twitteren ons van onze beste kant. Economische groei en persoonlijke ontwikkeling zijn drijfveren die ons steeds weer beter moeten maken. Nooit is het genoeg, laat staan dat het goed zou zijn als iets afneemt, kleiner wordt; minder verdienen, stoppen met groeien.
Ik ben niet de enige. Maar niettemin ben ìk degene die dit doet in mijn leven. Ik probeer me te ontdoen van eigenaarschap over mijn eigen falen, over wat mis gaat. Daarmee word ik minder eigenaar van wie ik ten diepste (ook) ben; een worstelend, falend, soms liefhebbend, soms kwaadaardig wezen dat gezien, erkend en geliefd wil worden.
In een wereld waar voorspellingen niet meer uitkomen, omdat de complexiteit van onze wereld leidt tot niet te voorspellen uitkomsten, is er nog maar een weg mogelijk; die van fouten maken en daarvan leren, zo betoogt Tim Harfod in zijn boek Adapt. We kunnen doen alsof we planmatig controle hebben over de toekomst, alsof we succes kunnen afdwingen en behouden. Maar op de keper beschouwd kunnen we slechts met vallen en opstaan leren van onze fouten.
Geldt dat ook niet voor al die technieken en methoden die zich de afgelopen decennia in therapeutenland hebben gevestigd? “Kom met je complexe leven, met je problemen bij ons, en wij hebben een – soms zelfs protocollair – plan waarmee je problemen zullen verdwijnen.” Ook de coach-branche zit er vol mee. “En lukt het met deze methode niet, dan was je daarvoor misschien niet geschikt, en hebben we nog wel een andere in onze achterzak waarmee het wel zal lukken.” Je mag immers niet falen, en de therapeut al helemaal niet.
Waar zijn wij mensen gebleven? De ontmoeting tussen mijn menselijkheid en die van jou? Is niet de hele hype van authentiek willen zijn (als individu, als leider, als merk) een verlangen om eenvoudigweg eigenaar te mogen zijn van dat deel in ons mensen dat vandaag taboe lijkt te zijn geworden? Er te mogen zijn met alles wat in je is, ook wat minder succesvol lijkt?
“Inderdaad, dat is het!” roepen we uit, en we gaan op weg om dat deel van onszelf terug te claimen. We zoeken via Google en Happinez naar voorbeelden van mensen die ons kunnen vertellen hoe we dat kunnen doen. En zo zijn we alweer bezig onszelf te verbeteren, want we willen niet falen in het terughalen van ons ware zelf, zodat we met een gerust hart kunnen zeggen dat we authentiek en dus helemaal goed zijn.
Ik zag een pleidooi voor een nieuwe hashtag op Twitter: #durftefalen [bron: EOS Blog, permalink]. Essentie: door te durven falen word je nóg beter! Maar waarom moet ik steeds maar beter worden? En als ik als counselor vind dat we niét beter hoeven te worden, waarom zou je dan nog bij me langskomen? Ben ik dan zelf geen falende counselor?
Jazeker wel! Wees welkom bij deze falende counselor. Ik beloof je dat je er geen beter mens van zult worden. Omdat ik - al mislukt dat regelmatig - wil geloven dat je al goed bent zoals je bent. En misschien, als je het aandurft, ga je dat na een aantal sessies hardnekkig vallen en opstaan, ook zelf geloven. Je zult er geen haar beter van worden.
Joris van Gerven is counselor in praktijk being.
Labels: durf, falen, ironie