Laatst zat ik in de trein tegenover een mevrouw die vriendelijk een praatje met me aanknoopte. Na een paar minuten begon ze vragen te stellen over mijn godsbesef. Uit het vervolg kreeg ik het gevoel dat ze geen dialoog met me aan wilde gaan, maar dat ze me haar onomstotelijke waarheid door de strot wilde duwen: haar godsbesef was het enige ware godsbesef.
Mijn antwoorden werden steeds korter en uiteindelijk beëindigde ik het gesprek vanwege het aanhoudende gedram met de mededeling dat ik er geen zin meer in had.
Het gesprek had me geïrriteerd en herinnerde me aan een eerdere situatie waarin een groep mensen vanuit een naar binnen gekeerde houding met hun overtuiging omgingen. Dat zette me toen aan tot de volgende vragen over het omgaan met overtuigingen:
- Preken voor eigen parochie of het gedachtegoed de wereld in dragen?
- Overtuiging uitleven in voorschriften of in een levende geest?
- Wat van buiten komt afwijzen of omarmen?
- Het waardestelsel verabsoluteren of plaatsen in een nieuwe context?
- Belemmerende gedragspatronen verhullen of ze blootleggen en transformeren?
- Verschillen verdonkermanen of ze onderzoeken en productief maken?
- Resultaten verzwijgen of ze durven benoemen?
- Dilemma's negeren of ze in de ogen kijken ?
- Het persoonlijk leiderschap verheerlijken of het gezamenlijk leiderschap dragen?
- Willen leven in een droom of een droom leven?
Overtuiging, dogmatisme, fundamentalisme, waar houdt het een op en waar begint het ander? En hoezeer belemmeren ze de ontwikkelingen van een mens en de groepen waarbinnen hij leeft? En hoezeer bepalen ze de mogelijkheid voor een dialoog? En hoezeer nodigen ze door hun houding een ander uit, of sluiten ze een ander juist buiten? Vragen die voor eenieder van persoonlijk belang kunnen zijn.
En god mag het weten. Of ook niet.
Labels: houding, ontwikkeling, overtuiging
gepost door Henk van Gerven #
1.9.08