Ik kijk naar de jarige. Ze wordt vandaag vijf jaar. Zo te zien is dat ook het enige dat ze zich helemaal bewust is:
ik ben een vijfjarige in een wereld met andere vijfjarigen, met minder-jarigen en met meer-jarigen. Voor de rest ziet het er allemaal heel vanzelfsprekend uit. Stoelen zijn om op te zitten, maar ook om op te springen, jezelf onder te verstoppen, en te gebuiken als woonhuis, slaapkamer of gevangenis. En datzelfde gaat op voor alle andere attributen in de omgeving.
De wereld dat ben ik, ik ben de wereld. Er lijkt een begin van bewustzijn van regels, beloning en straf aanwezig. Maar de regels worden zo te zien vooral nog ervaren als spelregels en nog niet als knellende normen.
Het meisje gaat op in haar spel. Ze speelt alle rollen met volle overtuiging en ze wisselt ze met groot gemak af. Gelukkig voor haar: geen enkele volwassene grijpt in op het spel. Er wordt geen commentaar gegeven, niet geroepen dat wat gespeeld wordt in het echt niet kan, er worden geen ideaalbeelden geprojecteerd en de donkere kant en de lichte kant van dit voluit spelende kind worden gelaten. Het kind voelt de vrije ruimte:
ik ben alles.
Ik lees in het prachtige boek
Nergensman, autobiografieën van P.F. Thomése. Met zijn taal neemt hij je mee op reis naar diepere lagen van zijn dagelijkse werkelijkheid. Hij schrijft op authentieke wijze over zijn persoonlijke geschiedenissen, en zo schrijvend tilt hij je als lezer op en ontwaar je een glimp van je eigen vergezichten. Vergezichten op het toen en daar, vergezichten op wat verloren lijkt zijn en op dat wat overwonnen en verworven is. Al lezend maken een stil verlangen en een prettig knabbelende weemoed zich van je meester.
Op pagina zevenenzestig schrijft Thomése:
‘Overlezen deed hij het niet, als de nachtblauwe inkt was opgedroogd, en ook liet hij het aan niemand anders zien. Omdat hij bang was dat het dan iets anders werd, iets wat niets met hem te maken had. (…) Pas toen het er niet meer toe deed wie hij was, kon zijn werk in druk gaan verschijnen’. Hier blikt Thomése terug op het beginnend schrijverschap van de jongen die hij was. Een jongen die zijn werk pas durfde te laten zien toen hij zijn vrije ruimte ontdekte:
ik moet niet één iemand zijn.
Onze vrije ruimte wordt gevuld met verhalen, verwachtingen en beelden van anderen en die van onszelf. Ze geven richting, betekenis en zekerheid, maar ze zetten ons ook vast. Er los van komen vraagt aandacht en energie. En het begint met het besef:
ik was er toen ik niet wist wie ik was, en ik ben er als ik ophoud één iemand te moeten zijn.Labels: losmaken, vrije ruimte
gepost door Henk van Gerven #
26.9.08